Ingrediënten
- 6 plakjes roomboterbladerdeeg ontdooid op kamertemperatuur
Vulling
- 500 g witlof gehalveerd in de lengte
- 2 el olijfolie
- 2 tl vloeibare honing
- 1 tl venkelzaad licht gekneusd
- 1 kleine handappel in partjes van 1 cm
- 3 eieren losgeklopt
- 75 ml donker bier
- 75 ml slagroom
- 100 g geraspte abdijkaas
- 3 takjes tijm blaadjes gerist
- zout en versgemalen peper naar smaak
Topping
- handje walnoten grofgehakt
- extra tijmblaadjes
Bereiding
Voorbereiding (30 minuten)
- Rol de 6 plakjes roomboterbladerdeeg uit tot een ronde lap van ongeveer 30 cm Ø. Bekleed de ingevette quichevorm, vouw overhangend deeg terug en druk licht aan. Prik de bodem enkele keren in met een vork. Dek de vorm goed af en zet in de koelkast.
- Verwarm in een koekenpan 2 el olijfolie en bak 500 g witlof op middelhoog vuur in 8 minuten beetgaar. Besprenkel met 2 tl honing en strooi 1 tl gekneusd venkelzaad erover. Bak de witlof nog 1 à 2 minuten per kant zodat deze licht karamelliseert. Laat volledig afkoelen en bewaar afgesloten in de koelkast.
- Klop 3 eieren los met 75 ml donker bier en 75 ml slagroom. Meng 100 g geraspte abdijkaas en de blaadjes van 3 takjes tijm erdoor. Breng op smaak met zout en peper. Bewaar afgedekt in de koelkast.
- Snijd 1 kleine handappel in partjes van 1 cm en besprenkel met een beetje citroensap om verkleuring te voorkomen. Bewaar afgesloten in de koelkast.
- Verpak een handje grofgehakte walnoten en extra tijmblaadjes apart, zodat ze knapperig en vers blijven.
Op de dag zelf (45 minuten)
- Verwarm de oven voor op 200 °C. Plaats een bakplaat iets onder het midden van de oven en laat deze mee voorverwarmen.
- Verdeel de voorgebakken witlof en appelpartjes gelijkmatig over de deegbodem. Schenk het eimengsel met bier, slagroom, abdijkaas en tijm erover.
- Bak de quiche op de hete bakplaat in 35 à 40 minuten goudbruin en gaar.
- Bestrooi de quiche met een handje grofgehakte walnoten en extra tijmblaadjes. Laat 5 minuten rusten zodat de vulling stevig wordt en de smaken mooi samenkomen. Serveer warm of lauwwarm.
Opmerkingen
Bron: Janneke Philippi (aangepast)






