Verwarm de oven voor op 170 °C (hete lucht). Smelt 120 g boter en laat afkoelen. Plet 2 rijpe bananen en meng met 60 g lichtbruine suiker, 40 g donkere rietsuiker, 1 ei, 1 eidooier en 1 el vanille-extract. Meng 100 g bloem, 30 g amandelmeel, ½ tl kaneel, ¼ tl gemberpoeder, ½ el bakpoeder en een snufje zout in een aparte kom. Spatel dit door het bananenmengsel. Bekleed een kleine ovenschaal of vorm (ca. 20 x 20 cm) met bakpapier, giet het beslag erin en bak 25 minuten. Laat volledig afkoelen en bewaar afgedekt in de koeling.Snijd de afgekoelde blondie in nette rechthoeken of cirkels.
Klop 250 ml slagroom met het merg van 1 vanillestokje en 1 el poedersuiker tot een luchtige crème. Bewaar in een spuitzak in de koelkast.
Verwarm voor de karamelsaus 100 g suiker en 40 ml water op middelhoog vuur zonder te roeren tot een goudbruine karamel. Haal van het vuur en voeg voorzichtig 70 ml slagroom toe. Roer tot een gladde saus en voeg 35 g boter en ¼ tl grof zeezout toe. Laat afkoelen en bewaar in een afgesloten bakje in de koelkast.
Verwarm voor de hazelnootkrokant 40 g suiker in een pannetje tot karamel. Voeg 30 g grof gehakte hazelnoten toe, meng kort en stort uit op bakpapier. Laat afkoelen en breek in stukjes. Bewaar luchtdicht.
op de dag zelf (15 minuten)
Verwarm de karamelsaus au bain-marie of op zeer laag vuur. Verhit 10 g boter in een pan, leg 1 in plakjes gesneden banaan erin en bestrooi met 1 el suiker. Laat karamelliseren tot goudbruin.
vlak voor het serveren
Leg op elk bord een stuk blondie. Lepel warme karamelsaus over de blondie. Leg enkele plakjes gekaramelliseerde banaan erop. Spuit een toef vanillecrème naast de blondie. Bestrooi met stukjes hazelnootkrokant voor een knapperig element. Werk eventueel af met een paar zoutvlokken voor extra contrast.