Ingrediënten
- 250 g tarwebloem type 65
- 25 g boter
- 12 g verse gist
- 3 g suiker
- 5 g zout
- 140 g melk
- 1 ei losgeklopt
Vulling
- 300 g half-om-halfgehakt
- 30 g ei
- 30 g paneermeel
- zout
- peper
- worcestersaus
- nootmuskaat
Soezenbeslag
- 100 g melk
- 50 g boter
- 50 g tarwebloem type 65
- snuf zout
- 100 g ei
Bereiding
Voorbereiding (30 minuten)
- Doe de tarwebloem, boter, gist, suiker en zout in de kom van de keukenmachine. Laat de machine op lage snelheid draaien en voeg bijna alle melk toe. Kneed het deeg 3 minuten op middelhoge snelheid en daarna 5 tot 6 minuten op hogere snelheid tot een soepel deeg. Controleer het deeg met de deegtest en kneed indien nodig iets langer.
- Verdeel het deeg in porties van 40 g, bol deze op, dek af en laat minimaal 20 minuten rusten.
- Breng voor het soezenbeslag de melk en boter aan de kook. Neem de pan van het vuur, voeg de tarwebloem en het zout toe en meng goed. Zet de pan terug op het vuur en gaar het beslag al roerend tot er een lichte vetfilm op de bodem ontstaat. Doe het beslag in een kom, laat de ergste hitte ontsnappen en voeg het ei in delen toe tot een glad beslag ontstaat. Laat het soezenbeslag afkoelen.
- Meng het gehakt, ei, paneermeel en 60 g van het afgekoelde soezenbeslag kort door elkaar en breng op smaak met zout, peper, worcestersaus en nootmuskaat. Verdeel het mengsel in porties van 40 g en rol er staafjes van ongeveer 10 cm van.
Bereiding (45 minuten)
- Druk de deegbolletjes plat en rol ze uit tot circa 12 cm lang. Leg op ieder deegstukje een gehaktstaafje, vouw de uiteinden van het deeg naar binnen en sluit het deeg rondom het gehakt.
- Leg de worstenbroodjes met de sluiting naar beneden op een ingevette bakplaat, bestrijk met losgeklopt ei en laat 30 minuten narijzen. Verwarm de oven voor op 220 °C boven- en onderwarmte en bak de worstenbroodjes in ongeveer 12 minuten goudbruin en gaar.
Opmerkingen
Bron: Robèrt van Beckhoven






